
Onze taal zit vol verrassingen, dat heb ik nu nog eens ontdekt in deze kerstperiode. Waar gaat dat over?
Dat gaat over boeken.
Echt, mijn kinderen maken mij elke keer zot als ze afkomen met ‘wat wilt ge graag voor uw verjaardag, Moeke?’ of ‘wat wilt ge voor Kerstmis?’
Ik wil niks. NIKS! Mijn kasten puilen uit, mijn kot is vol. Temeer dat mijn kinderen zelf vinden dat mijn huis een kringwinkel is waar ge alles kunt deponeren wat ge kwijt wilt. Mijn garage is een opslagplaats van spullen. En zoals een goede veteraan hou ik die zooi allemaal bij, want ge weet nooit of er eens tekort komt, of misschien dat de kleinkinderen het nog kunnen gebruiken. Al weet ik verdomme goed dat het zaakje in een paar grote containers zal belanden op het moment dat ik mijn pijp uitklop.
Ik heb alles. En veel meer dan dat. Er kan echt niks meer bij.
Maar….er is wel iets waar ik zo blij van word als een kind dat Sinterklaas krijgt. Dat zijn boeken. Niks plezanter dan weer thuis komen met een lading boeken van de bib. Kost niks en ge moet ze niet zitten stapelen in uw kot. Al moet ik zeggen dat er hier aan boeken verder geen gebrek is. Seffens zakt ons bovenverdiep in onder het gewicht.
Kortom, boeken zijn wel degelijk een cadeau waarmee ge mij kunt plezieren op een Kerstavond.
Dat geldt ook voor Herman, mijnen halve trouwBOEK. Maar niet gelijk ge denkt. Hij leest weliswaar graag, maar enkel in het verlof. Dus boeken, dat moet ge ergens anders zoeken.
Bij hem gaat ‘boeken’ over een vliegtuig plannen. Ik ben getrouwd met een globetrotter, terwijl ik zelf een huismus ben. Tegenpolen trekken mekaar aan. Zeggen ze. Maar het gaat er vooral om dat ge water in uwe wijn moet doen. Hij wat minder boeken en meer boeken, en ik wat minder boeken en meer boeken. Allez, als ge verstaat wat ik wil zeggen. Onze taal is niet altijd even duidelijk als het om boeken gaat.
Met de jaren gaat de flexibiliteit eruit. Niet alleen van lijf en leden, maar ook in het koppeke. Het is gedaan met water bij de wijn. Herman boekt en ik lees. Dat is dan duidelijke taal deze keer.
Hoe dat komt zal ik u vertellen.
Vorig jaar vlogen wij naar Tenerife. Lekker weekje zon in het verschiet. Aangekomen alvast wat genoten van zon en eten, maar ’s avonds voelde Herman zich niet lekker. Volgende dag ziek. En die avond ging ik ook voor de bijl. Zaten we daar met ons tweetjes strontziek te wezen op dat appartement, kregen geen hap door ons keel. Ik was nog net wat Daffalgan kunnen gaan halen naar de apotheek.
Ik zeg tegen Herman: ‘Boek een vliegtuig naar huis, ’t mag een fortuin kosten, ik wil naar mijn kot!’. Zo gezegd, zo gedaan. Maar wat een ellende.
Ge moet u dat eens inbeelden. Wij twee met bijna 40 graden koorts voortsleffen in die luchthaven. Ik had gelukkig het verstand gehad om mijn tandenpoetsbeketje in mijn chakoche te steken. Efkes rusten op een bankske, bekerke gevuld met water en voor elk een Daffalgan erin. Rillend de troep uitdrinken en ons op dat vliegtuig slepen, waar we dicht tegen elkaar kropen met onze muts aan en een dikke sjaal over ons beiden. Wij waren precies een koppel van honderd jaar.
De hostess vroeg of we het koud hadden. Ik zei ondoordacht dat we ons niet goed voelden. Was niet slim natuurlijk, maar het mens deed gelukkig alsof ze het niet gehoord had. Ik geloof dat ge dat niet moogt hé, vliegen als ge ziek zijt.
Thuis direct valies in een hoek gesmeten en bed ingedoken. Volgende dag was ik op sterven na dood en Herman heeft me in zijn koortsige toestand afgezet aan de spoed. Voor de rest moest ik mijn plan trekken want de mens was zelf een vod.
Ik een weekje ziekenhuis en Herman een weekje thuis in bed. Allebei longontsteking.
Het is op dat moment dat ik me gezworen heb: ik doe het niet meer. Voor mijne kop niet. Ge krijgt mij niet meer op een vliegtuig. Ik zal de zon wel pakken in de zomer in mijnen hof.
Dus geniet ik van mijn rustige dagen thuis met een paar boeken van de bib terwijl Herman wat gaat globetrotten.
Iedereen heeft recht op boeken, al betekent dat voor iedereen iets anders.
En nu gaat ge zien dat ze hier met Kerstmis met boeken gaan afkomen want die kinderen van mij, die lezen heimelijk mijn blogs, de snoodaards.
Ik wens u allen schone en gezonde feestdagen in eigen land, en niet teveel kadookes zodat uw kasten niet beginnen uitpuilen gelijk hier.
Tot blogs8

