Categorie archief: ALS WE MAAR GELUKKIG ZIJN…

Dubbelzinnigheid met Kerstmis

Onze taal zit vol verrassingen, dat heb ik nu nog eens ontdekt in deze kerstperiode. Waar gaat dat over?

Dat gaat over boeken.

Echt, mijn kinderen maken mij elke keer zot als ze afkomen met ‘wat wilt ge graag voor uw verjaardag, Moeke?’ of ‘wat wilt ge voor Kerstmis?’

Ik wil niks. NIKS! Mijn kasten puilen uit, mijn kot is vol. Temeer dat mijn kinderen zelf vinden dat mijn huis een kringwinkel is waar ge alles kunt deponeren wat ge kwijt wilt. Mijn garage is een opslagplaats van spullen. En zoals een goede veteraan hou ik die zooi allemaal bij, want ge weet nooit of er eens tekort komt, of misschien dat de kleinkinderen het nog kunnen gebruiken. Al weet ik verdomme goed dat het zaakje in een paar grote containers zal belanden op het moment dat ik mijn pijp uitklop.

Ik heb alles. En veel meer dan dat. Er kan echt niks meer bij.

Maar….er is wel iets waar ik zo blij van word als een kind dat Sinterklaas krijgt. Dat zijn boeken. Niks plezanter dan weer thuis komen met een lading boeken van de bib. Kost niks en ge moet ze niet zitten stapelen in uw kot. Al moet ik zeggen dat er hier aan boeken verder geen gebrek is. Seffens zakt ons bovenverdiep in onder het gewicht.

Kortom, boeken zijn wel degelijk een cadeau waarmee ge mij kunt plezieren op een Kerstavond.

Dat geldt ook voor Herman, mijnen halve trouwBOEK. Maar niet gelijk ge denkt. Hij leest weliswaar graag, maar enkel in het verlof. Dus boeken, dat moet ge ergens anders zoeken.

Bij hem gaat ‘boeken’ over een vliegtuig plannen. Ik ben getrouwd met een globetrotter, terwijl ik zelf een huismus ben. Tegenpolen trekken mekaar aan. Zeggen ze. Maar het gaat er vooral om dat ge water in uwe wijn moet doen. Hij wat minder boeken en meer boeken, en ik wat minder boeken en meer boeken. Allez, als ge verstaat wat ik wil zeggen. Onze taal is niet altijd even duidelijk als het om boeken gaat.

Met de jaren gaat de flexibiliteit eruit. Niet alleen van lijf en leden, maar ook in het koppeke. Het is gedaan met water bij de wijn. Herman boekt en ik lees. Dat is dan duidelijke taal deze keer.

Hoe dat komt zal ik u vertellen.

Vorig jaar vlogen wij naar Tenerife. Lekker weekje zon in het verschiet. Aangekomen alvast wat genoten van zon en eten, maar ’s avonds voelde Herman zich niet lekker. Volgende dag ziek. En die avond ging ik ook voor de bijl. Zaten we daar met ons tweetjes strontziek te wezen op dat appartement, kregen geen hap door ons keel. Ik was nog net wat Daffalgan kunnen gaan halen naar de apotheek.

Ik zeg tegen Herman: ‘Boek een vliegtuig naar huis, ’t mag een fortuin kosten, ik wil naar mijn kot!’. Zo gezegd, zo gedaan. Maar wat een ellende.

Ge moet u dat eens inbeelden. Wij twee met bijna 40 graden koorts voortsleffen in die luchthaven. Ik had gelukkig het verstand gehad om mijn tandenpoetsbeketje in mijn chakoche te steken. Efkes rusten op een bankske, bekerke gevuld met water en  voor elk een Daffalgan erin. Rillend de troep uitdrinken en ons op dat vliegtuig slepen, waar we dicht tegen elkaar kropen met onze muts aan en een dikke sjaal over ons beiden. Wij waren precies een koppel van honderd jaar.

De hostess vroeg of we het koud hadden. Ik zei ondoordacht dat we ons niet goed voelden. Was niet slim natuurlijk, maar het mens deed gelukkig alsof ze het niet gehoord had. Ik geloof dat ge dat niet moogt hé, vliegen als ge ziek zijt.

Thuis direct valies in een hoek gesmeten en bed ingedoken.  Volgende dag was ik op sterven na dood en Herman heeft me in zijn koortsige toestand afgezet aan de spoed. Voor de rest moest ik mijn plan trekken want de mens was zelf een vod.

Ik een weekje ziekenhuis en Herman een weekje thuis in bed. Allebei longontsteking.

Het is op dat moment dat ik me gezworen heb: ik doe het niet meer.  Voor mijne kop niet. Ge krijgt mij niet meer op een vliegtuig. Ik zal de zon wel pakken in de zomer in mijnen hof.

Dus geniet ik van mijn rustige dagen thuis met een paar boeken van de bib terwijl Herman wat gaat globetrotten.

Iedereen heeft recht op boeken, al betekent dat voor iedereen iets anders.

En nu gaat ge zien dat ze hier met Kerstmis met boeken gaan afkomen want die kinderen van mij, die lezen heimelijk mijn blogs, de snoodaards.

Ik wens u allen schone en gezonde feestdagen in eigen land, en niet teveel kadookes zodat uw kasten niet beginnen uitpuilen gelijk hier.

Tot blogs8

Deel 5: NIEUWE KINDERZIEKTES EN GEDONDER

Ge vraagt u natuurlijk af wat die twee dingen met elkaar te maken hebben. Wel, ’t is simpel: ik ga het hebben over de nieuwe kinderziektes en ik ga er gedonder mee krijgen. Maar het is sterker dan mezelf, ik moet het kwijt.

Lang geleden, toen de dieren nog spraken en ik mijn praktijk nog had, dan zag ik het al van ver aankomen. Meer en meer mensen kwamen af met allerlei etiketten.

‘Ik ben hoog sensitief’, ‘ik heb ADHD’, ‘mijn man is een narcist’, ‘mijn vrouw is autistisch’…

Kijk, ik krijg er een appelflauwte van. Ge moet er bij mij niet mee afkomen. Etiketten gebruik ik om de naam van mijn kruiden op te schrijven, of voor mijn weckpotten. Etiketten zijn een label, en labels zijn handig voor zowel de artsen en de pharma, als voor de gelabelden of hun naasten.

Wat mij op vandaag nog het meest de strot uitkomt is dat we het nu niet meer hebben over de labels van de grote mensen, maar nu gaan we over op de kinderen. Ge moet tegenwoordig al zoeken naar een klas waar geen enkel kind een labeltje heeft of één of andere pil moet slikken voor en vermeende gedragsstoornis.

Wist ge dat die gedragsstoornissen vroeger niet bestonden in de DSM-IV? Nu wel. Ze vinden ze uit waar ge bij staat. En wij, stomme schapen, wij geloven dat allemaal. Wij voelen ons daar comfortabel bij.

Ah ja, als mijn kind hyperactief is, dan heeft dat ADHD en dan lossen we dat op met een pilleke. Dat heeft niks te maken met het feit dat mijn kind een godganse dag moet stilzitten op de schoolbanken en ’s avonds nog eens een paar uur schoolwerk moet maken om uiteindelijk efkes te ontspannen met een game op tablet of PC. Dat heeft niks te maken met het feit dat mijn kind te weinig fysische stimulans heeft, misschien te weinig aandacht of wat voor reden dan ook. Zoek het uit verdomme, in plaats van naar een pil te grijpen.

Dat pilleke is een zegen omdat die koters mijn kop dan niet zot draaien terwijl ik nog voor eten moet zorgen en de strijk doen. Ik moet ze niet aanmanen tot ravotten of ik moet met hen geen fikse boswandeling maken. Heerlijk. Kan ik zelf ook nog wat in mijn zetel zitten chatten met mijn vrienden, of zelf een spelleke spelen op mijn GSM.

In mijn jonge jaren bestond er geen ADHD, geen niks van die hele zooiboel. Ge had klotekinderen en die kregen een goei lap tegen hun oren tot het over was. Tenzij ze klote-ouders hadden die zich niks aantrokken van hun kinderen.

Ziet ge wel dat ik gedonder ga krijgen met wat ik hier poneer? Maar ik veeg er mijn voeten aan. Ik wil dat de wereld zich bewust wordt van die kermis die onze kinderen naar de verdoemenis helpt.

Ik zal hieronder een link geven waar ge kunt lezen hoe Ritalin werkt. We geven dat massaal aan onze telgen, niet wetende dat het spul is dat hoog op de lijst van opium-gerelateerde producten staat. Het zorgt voor nog meer productie van hormonen die tot activiteit aanzetten. Vandaar dat het illegaal ook veel gebruikt wordt om door te feesten zonder slapen. Doordat het lieve lijf dan helemaal in overdrive gaat begint het tegengas te geven. Zo foppen ze de natuurlijke werking van ons lieve lijf dat zelfregulerend is en dus helemaal uit balans geraakt.

Oh ja, het zorgt voor betere concentratie. Het prijskaartje dat eraan hangt is niet alleen verslaving op lange termijn maar ook psychische problemen. En een hele resem van andere bijwerkingen. Ge moet er u maar eens in verdiepen.

Er kwam ooit een dame huilend naar me toe want ze had net een functioneringsgesprek gehad met haar baas en die had toch enkele opmerkingen durven maken. ‘Terwijl hij sinds kort weet dat ik hoog sensitief ben’ klonk het verontwaardigd.

Comment? Moeten wij nu massaal met iedereen zijn labelke rekening gaan houden en twee keer nadenken voordat we onze mond mogen opendoen? In dat geval zou ik minstens eisen dat iedereen zijn label op zijn voorhoofd laat tatoeëren zodat we tenminste weten wat kan en niet kan.

Vroeger was er geen hoog sensitief. Er waren wel mensen met lange tenen.

Jaja, ik hoor het u al zeggen: ze bestaan wel, de hoog sensitieven, en ook de autisten. Maar die zijn echt wel van een ander allooi zulle, neem het van mij aan. En daarvan lopen er geen dertien in een dozijn gelijk tegenwoordig.

En vroeger gaven moeders een feestje als hunne kleine een kinderziekte had zodat de anderen het ook zouden krijgen. Nu zijn de mazelen dodelijk en moeten we ons massaal laten vaccineren. De wereld draait zot.

Enfin, om het toch nog een beetje luchtig te houden: ik heb een hond die duidelijk ADHD heeft. Hij kan gelijk een losgeslagen zot rondhossen, en dan kunt ge best maken dat ge uit de weg zijt want ge ligt met uw klikken en uw klakken omhoog als hij per ongeluk passeert.

En hij is zonder enige twijfel autistisch. Hij plast verdorie altijd op mijn mierikswortel. Nooit op een ander plekske.  Ik geloof niet dat we die dit jaar nog gaan gebruiken.

Bovendien is hij hoog sensitief. Hij is zodanig van zijn melk als er bezoek komt dat hij een ongecontroleerde plas deponeert. Ge zult zien als ge bij mij over de vloer komt, de dweil ligt altijd klaar.

Maar hij krijgt geen pillekes van mij.

Fijne avond nog en tot blogs!

https://www.afkickkliniekwijzer.nl/medicijnverslaving/ritalin/

https://www.afkickkliniekwijzer.nl/medicijnverslaving/ritalin/


DE OCHTENDSTOND

Heeft die van u goud in de mond? Hewel chapeau, want als ze daar bij mij mee afkomen dan heb ik een ander gezegde klaar dat – vind ik toch – nog beter rijmt: ‘de ochtendstond heeft stront in de mond.’ En dat moogt ge hier letterlijk nemen.

Ja, ik weet het, het klinkt niet proper en een beetje laag bij de grond, maar ge weet dat ik graag de wereld eens schockeer, dus daar zit ik dan weer goed.

Serieus, ik ben geen ochtendmens. Nooit geweest. Maar vroeger was er genoeg drive om me toch niet in de melancholie van de ochtend te laten meesleuren. Er waren kinderen, er was het werk, en uiteraard, er was de hond. Die was nog de grootste onverlaat in het ochtendlijke uur. Dat beest stond al te juichen als hij me de trap hoorde afkomen. Het moest rap gaan, want hij ‘moest’.

Dus, weer of geen weer, rap-rap een training over mijn pyjamabroek aantrekken en wij weg. De donkere regen in. En soms eens in de buches getrokken worden omdat er toevallig een kat zat. Ik kan niet zeggen dat het iets weg had van enig ochtendgenot.

Intussen kinderen de deur uit, pensioengerechtigde leeftijd, al negen jaar geen hond meer…. Een mens pas zich rap aan.

Met andere woorden: tijd zat om hééééél voorzichtig wakker te worden. De koffie is al gezet want Herman is al de deur uit naar zijn werk. NEEN, ge moet niet denken wat ge denkt. De koffiezet is van de dag ervoor al netjes klaargezet. NIET door hem, maar door mij. Hij moet enkel maar op het knopke duwen. Dat ziet hij nog net zitten. En dan warmt hij zijn soep. Want hij eet elke ochtend verse soep. Geen soep die hij heeft klaargemaakt, maar dees madam. Met zelf gekweekte biologische groenten. Waag het dus niet om enig slecht gedacht te hebben over mijn huishoudelijke kwaliteiten en verantwoordelijkheden.

Enfin, wat ik eigenlijk wilde zeggen is dat die koffiekan dus klaar staat wanneer ik mij sloffend tot aan die keukentafel sleur en me daar neerplof en het dampende goedje degusteer met mijn eerste sigaret. De zaligheid! Soms heeft de ochtendstond wel degelijk goud in de mond.

Maarrrr…… Ge weet intussen al dat er sinds korte tijd verandering in de situatie is gekomen. Inderdaad, er zit hier weer zo een irritant monsterke dat mij enthousiast begroet wanneer ik met mijn lodderogen naar beneden strompel.

Hahaaa! Deze keer hebben ze mij niet meer liggen! Ik trek die deur open. Hond steekt zijn neus buiten. Bedenkt zich. Gaat eerst zijn knuffelbeest halen. Gaat dan naar buiten. Doet een plas. Komt weer naar binnen. Ik geef hem een halve droge boterham. Het monstertje gaat terug wat pitten. Ik geniet van mijn koffie…… Aaaaahhh…. Goed opgevoed, dat beest!

Het is niet al rozengeur en maneschijn, want tussendoor moet ik mijn leugengazet opzij leggen om hem nog eens naar buiten te laten voor een tweede en grotere commissie. Onze hof ligt regelmatig vol hondendrollen. Het is geen zicht. Soms ziet ge mij met een schep die zooi opruimen want als ik dat niet doe dan slaagt Herman er geheid in om er in te trappen. Maar ik heb het ook al aan mijn been – eigenlijk schoenen – gehad. Smerige stinkende smurrie. Ge houdt het niet voor mogelijk wat zo een puppy kan kakken. Dat zijn geen drollen meer, dat is een hele mesthoop. Ik geloof dat ik hem te veel eten geef.

Dus, zoals ik al zei: de ochtendstond heeft hier duidelijk stront in de mond, of ge het nu wilt horen of niet.

En ik zal u mijn eigen toiletbezoeken besparen, want die zijn nog veel interessanter, maar ik weet ook wanneer ik moet stoppen met schockeren.

Heb nog een fijne zondag en moge de Kerstman u zo een wekker schenken die de zon nabootst met vogeltjesgeluid op de achtergrond. En geen hond die u aanmaant tot verregende wandelingen.

Tot blogs!

GENDERZOTTIGHEDEN

Ik weet natuurlijk niet hoe gij erin staat, maar ik ben nog altijd van mening dat ‘normaal’ betekent dat er maar twee seksen zijn. En als iemand zijn lijf wil verbouwen, dan moet hij dat zelf maar weten, maar ik blijf het zottigheid vinden. Iedereen doet wat hij wil, maar de voorwaarde is wel dat ze de kop van mijn kleinkinderen gerust laten. En al zeker hun lijf, maar dat is een andere kwestie.

Een kind in verwarring brengen is niet moeilijk. Een kind dat begint te puberen zijn kop onnozel maken is nog gemakkelijker. Dus wat ze in de scholen bezig zijn zint mij niet echt.

Mijn twee kleinzonen kwamen vertellen over hun seksuele voorlichting in de klas. Ze vonden de hele vertoning gênant, en toen ik vroeg hoe ze het zouden vinden om een meisje te zijn kreeg ik een smoel die op onweer stond: ‘Jeikes, ik een meisje? Néééé zulle!’

Enfin, het is mij duidelijk dat die content zijn met hunne piemel en dat die nog een tijdje mag blijven hangen. En in een latere fase misschien zelfs een keer staan.

Ik ben niet zeker of ik op die leeftijd zo vastberaden zou geweest zijn. Maar gelukkig zaten we in die tijd nog niet in een maatschappij die op hol geslagen was, en vond iedereen het normaal dat ge op een bepaald moment een ander lijf kreeg.

Serieus, ik vond het de hel.

Wat moest ik met die bubbels aan mijn lijf die daar begonnen op te zetten? Ik was best tevreden hoe het voorheen was, waarom moest daar nu verandering in komen? En dan nog maar gezwegen van die maandstonden. Wat een smerige boeltje vond ik dat. En ik moet bekennen dat ik bijna een feestje heb gegeven toen die menopauze er aankwam. Eindelijk verlost van die troep.

Versta me niet verkeerd, ik ben content dat ik een vrouw ben. Ik zou voor geen geld willen ruilen. Vraag me niet waarom, het is gewoon een vastgeroeste overtuiging, een gevoel dat zich niet laat commanderen.

Het is en blijft natuurlijk het zwakke geslacht. Allez, is dat eigenlijk wel zo? Ik lees vandaag in mijn leugentjeskrant dat er een vrouw haar man heeft mishandeld. In het hondenhok opgesloten en kokend water over hem gekieperd. Die vent dacht zeker niet dat hij de sterkste was in dat huishouden.

Er bestaat nu een boek, een beetje zoals de DSM4 of 5 voor (psychische) ziekten, dat alle soorten van gender beschrijft. Ge kunt het zo zot niet bedenken. Het is genoeg dat ge vindt dat ge in uw geest geboren zijt als een paard, dat ge u dan een label kunt aanmeten en erbij hoort. Want de diversiteit staat voorop, nietwaar?

Zoals die neger die zich voelde als een Belg en vond dat ze hem meteen moesten naturaliseren.

En in SM heb je mannen die zich graag gedragen als een hond en in hun blootje uitgelaten willen worden. Mij goed, zolang ze niet op mijn oprit kakken mogen ze hun goesting doen.

Pas op, ik ben verder wel een verdraagzaam mens zulle, maar ge moogt mij niet verbieden om ermee te lachen en te dollen. Als we ons bakkes niet meer mogen opendoen en een boete riskeren omdat we ‘neger’ zeggen, terwijl ik vroeger zilverpapier verzamelde voor de arme negertjes, en als we niet meer mogen lachen met de vlechtjes van de joden of met de moslim madammen die  op het strand zitten te zonnen, ingepakt in twintig gordijnen, dan heb ik de neiging om nog veel harder dat soort dingen te gaan roepen die tegenwoordig met afschuw worden bekeken.

Woorden en taal zijn er om te gebruiken. Ze vinden nog altijd woorden bij uit, dus waarom zouden we er gaan afschaffen? Hoe meer woorden, hoe beter we ons kunnen uitdrukken.

Maar er is ook een plezant kantje aan die hele heisa. Ge kunt de mensen tegenwoordig veel rapper shockeren dan vroeger. Indertijd moest ik daarover meer nadenken, maar tegenwoordig is het al bingo als ge gewoon uw gedacht zegt. Niks leuker dan verontwaardigde blikken die uw richting uitkomen.

Ach, het schone aan de mens is dat hij ondeugend blijft! Laat u vandaag dus maar eens goed gaan.

Fijne dag en tot blogs!

IK BEN DE BITCH

Dat is nogal eens een titel, hé! Maar het zal u wel duidelijk worden als ge de moed hebt om verder te lezen.

Het is niet zo dat iemand mij expliciet gezegd heeft dat ik een rotwijf ben, maar hebt ge dat ook dat ge soms kunt voelen dat mensen een vierkante hekel aan u hebben? Hewel, ik heb dat ook. En eigenlijk kan ik het niet met zekerheid zeggen want ik heb het niet getoetst, maar ik kan wel duiden waarom het zo is. En ik kan ook argumenteren waarom het een foute label is.

Hoewel…die foute label…ik weet het nog zo zeker niet. Ik kan best wel bitcherig zijn. Dat is met de leeftijd heel erg getemperd, al moet ik hier wel opbiechten dat ik in mijn jonge jaren nog eens uit colère een bord tegen de vloer heb gekeild. Maar dat was wel toen ik bijna vijftig jaar geleden nog getrouwd was met een klootzak. Haha, zo krijgt iedereen zijn etiketje opgeplakt, terecht of onterecht, wie zal het zeggen?

Zoals ge al kunt concluderen, met de leeftijd ben ik de lieftalligheid zelve geworden. Hoe kan iemand mij nu een bitch vinden?

Omdat er toch iets van aan is? Of omdat ik ‘projecteer’ en eigenlijk zelf dat mens een bitch vind? Op die momenten komt de psy in mij weer naar boven en wil ik het zaakje analyseren. Wat een stom tijdverdrijf eigenlijk.  Niks beter dan te aanvaarden dat ge een bitch zijt en dat er nog andere bitchen op de wereld rondlopen. Lekker gezellig en leve de diversiteit zoals dat tegenwoordig fel gepredikt wordt, al is dat waarschijnlijk in een andere context.

Maar ge wilt natuurlijk weten waarover ik het heb. Nu, als ik hier in geuren en kleuren ga vertellen wat de aanleiding was, dan weet ik wel zeker dat ik een bitch in het kwadraat zal zijn. Ge moet de duivel ook niet uitdagen hé.

Het zou natuurlijk voor u wel een anticlimax zijn als ik hier niks verder over vertel, dus dat ga ik u besparen en toch maar wat uitleg geven.

Zoals ge weet zit ik hier met een puppy-monster en dat beest groeit als kool. Straks is dat een uit de kluiten gewassen Golden Retriever die ik graag de baas zou kunnen. Kortom, een beest dat uw leven en dat van uw bezoekers niet verpest en dat ge graag kunt zien zonder ondergekwijld te worden.

Daarom gaan we nu naar de hondenschool. En wie mij kent weet dat ik de slechte eigenschap heb van ongeduldig te zijn, dus dan maar gelijk ook een personal coach er opgezet. Kortom, de volle charge ertegen om dat in de kortste keren effen te krijgen. Iedereen heeft recht op zijn afwijking.

Probleem is dat die twee bronnen elkaar soms tegenspreken, dus moet ik maar voor mezelf uitmaken wat ik haalbaar en juist acht. Het is tenslotte mijn hond, niet?

Wij zetten hier thuis alles in het werk om dat monstertje niet te laten opspringen, want straks is hij groot en liggen we omver als hij eens komt afgestormd. En wat doen ze op de hondenschool? Het beest begroeten bij aanvang met een dikke knuffel bij het opspringen. In mijn ogen is dat belonen voor fout gedrag.

Ge kunt u voorstellen dat ik op dat moment niet bij machte ben om mijn mond te houden. Eerste aanleiding tot bitch-stempel.  En de aanleidingen volgen elkaar in snel tempo op want dees kan haar mond niet houden. Maar liever bitch dan mond gesnoerd. Een mens moet keuzes maken in het leven.

En wat denkt ge van een ‘apporte’ waarbij de hond  zijn speeltje niet moet afgeven, maar eerst ravotten, rukken, trekken met dat ding. En blijkbaar is dat zo in verschillende hondenscholen. Waar halen ze die zottigheid vandaan? Als ik nu straks wil dat mijn hond mijn gazet moet apporteren, ga ik dan ook eerst zitten rukken en trekken vooraleer hij die loslaat?

En zodoende ben ik tot ‘persona-non-grata’ verworden. Ik ben gedaald in de gratie, al weet ik niet of ik ooit hoger heb gestaan. Maar het zal me worst wezen.

Neen, ik ga de hondenschool niet opgeven, neen ik ga niet vluchten, en neen ik ga ook niet mijn mond houden. Uiteindelijk leert mijn monstertje er wel om niet afgeleid te worden door andere mensen en honden. Al zijn we op dat vlak nog ver van huis. Het beest keft en trekt en springt met al die afleidingen rondom hem. Ik hou er een zere heup aan over.

Enfin, moraal van het verhaal: Ten eerste, geef niet op ook al zijt ge een bitch; en ten tweede, trek u niet aan wat anderen van u denken en blijf vooral uzelf en uw waarden trouw.

Als ge voor iedereen zou moeten zijn wat zij vinden dat ge zou moeten zijn, dan gaat ge eindigen als een kameleon die voortdurend van kleur verandert. Dat is toch echt geen zicht?

En nog een laatste: peinst goed na voordat ge een puppy in uw kot haalt!

Fijne dag verder en tot blogs!

HONDEN SPREKEN

Aan degenen onder u die mij nog kennen van mijn blogs lang geleden: ‘Hallo, hier ben ik weer’.  Aan degenen die mij voor het eerst lezen: “Welkom, en ik hoop dat ik je dagen wat kan opvrolijken”.

In ons leven hebben we wat humor nodig, een stem die ons op tijd en stond vertelt dat we er allemaal niet zo zwaar moeten aan tillen. Dat geldt ook voor mezelf, wees gerust. En ik hoop dat mijn geschreven stem voor u en mij wat leutigheid en relativering kan brengen.

We hebben sindsdien die Corona gehad, dat zotte schepsel dat ons allemaal in angst deed ineen krimpen. Terwijl we nu weten dat de wereld niet is vergaan, dat mensen hun leven weer hebben opgenomen en dat we stillekes onze wonden likken die mogelijk door die periode zijn ontstaan. Het belangrijkste is dat we weten dat we onze leiders of het nieuws niet altijd klakkeloos moeten geloven, en dat we vooral in de overtuiging moeten leven dat ons lijf veel sterker is dan elke overroepen bewering van een paar mediageile experten.

Soit, ik laat het voor wat het is en wil het liever over andere en leukere dingen hebben.

Zelfs na negen jaar bleef het gemis van Bo nu en dan opspelen. Nochtans zei mijn verstand voortdurend: ‘neen, Annie, ge neemt geen hond meer in huis. Ge weet dat ge dan weer gebonden zijt, dat ge dat beest moet eten geven, uitlaten, op tijd thuis zijn, je kot ligt altijd vol hondenspeelgoed en vuile poten op de vloer…’

Ons moeder zaliger zei het al: ‘Ge moet zo impulsief niet zijn!’. Maar ik vond dat ons moeder er niks van kende, want ik wist altijd op voorhand dat elke vraag of wens die ik uitte in een ‘neen’ zou uitmonden, dus doordacht ik altijd heel lang mijn keuze en mijn argumenten. Niks impulsiefs dus, maar wel een vastberaden wil om te geraken waar ik wilde zijn.

Nu ik oud en wijs ben geworden vraag ik me alsnog af of ze toch niet een tikkeltje gelijk had.

Want na vele maanden surfen op internet en kijken naar het aanbod van hondjes – steeds met in het achterhoofd dat ik geen hond meer zou nemen – bel ik dan toch een kweker met Golden Retriever puppies.

En voilà, madam heeft een hond!

Man-man, wat een klucht! Ik durfde het zo luid niet zeggen, maar ik dacht: ‘wat voor een monster heb ik nu in huis gehaald?’  Mensen met een puppy weten zeker waarover ik het heb.

Dat kakt en piest in huis, dat bijt in je handen en je kuiten, je struikelt erover omdat het in je voeten loopt, dat maakt je huis smerig, en je woonkamer wordt omgetoverd in een hondenparadijs met knuffels, piepers, kauwbotten, en niet te vergeten ook droge takken uit de tuin, stukken hout uit de voorraad buiten,…..  Ik heb in jaren niet meer zo zenuwachtig gelopen als die eerste weken. Bleek dat beest dan ook nog gevoelig te zijn voor bepaalde voeding. Meneerke heeft een tijdje enkel nog paardenbiefstuk gegeten. Gelukkig is dat rap gepasseerd of ik was inmiddels geruïneerd.

Ge zijt gewaarschuwd, lieve lezer, als ge een hond wil voor de vriendschap en de gezelligheid dan moet ge eerst wat afzien. Niks voor niks in dit leven.

Maar het loont. Kobe is nu 4,5 maanden en hij begint eindelijk wat manieren te hebben. Hij piest niet meer in huis (tenzij dat je hem te enthousiast begroet, dan krijg je als cadeau een plas op je schoenen), hij zit niet meer aan de elektriciteitsdraden of de planten in huis, hij weet wat ‘af’ of ‘neen’ betekent en lijkt nu stilaan rustig ingeburgerd in onze ‘roedel’.

Als ge u afvraagt wat ge nog zou kunnen bijleren, dan heb ik een tip. Verdiep u eens in de honden-communicatie. Boeiend gegeven. Die gasten communiceren vooral via lichaamstaal en veel minder via stem. Dan denk ik, jongens, laat ons daar eens een voorbeeld aan nemen.

Ook wij hebben ergens vaag nog die kennis in ons over die signalen die de buitenwereld ons geeft. Denk aan het gevoel dat ge hebt als ge in een bedrukte vergadering terecht komt. Of aan het gezicht van iemand die verbaasd is over wat gij zegt. Of aan de manier waarop uw levenspartner rechtstaat als ge iets vraagt om te doen (haha, die van mij is een slimme, die schrijft het op een briefke voor later, maar hij doet het wel).

We zijn het een beetje verleerd, maar ik ben ervan overtuigd dat we er veel rijker kunnen uitkomen als we die gave opnieuw zouden ontplooien. Dan hoeven we het met zoveel woorden niet meer uit te leggen, die dan toch riskeren om verkeerd begrepen te worden of die misschien wel de bedoeling hebben om ons te misleiden.

Een hond kan u ‘invoelen’. Hij weet/voelt wanneer ge content of triestig zijt. Wij kunnen dat ook, maar we zijn er te weinig mee bezig. Ik weet zeker dat ge ooit in uw leven al tegen iemand zei: ‘ik voel dat ge kwaad zijt’ of ‘ik voel dat ge triestig zijt’.

Wat hebben wij als mensen toch een onuitputtelijke bron van gaven in ons waar we ons in het geheel niet van bewust zijn. Hoog tijd dat we dat eens met zijn allen gaan ontdekken. dat we ons gaan verwonderen om die ondergegraven talenten die we met zijn allen bezitten.

Ik geloof dat we dan elke dag met een glimlach ontwaken om de vreugde van wat we weer kunnen gaan ontdekken en beleven.

En als we elkaar één dezer dagen tegen het lijf lopen, dan moeten we misschien zelfs geen klapke meer doen, maar dan weten we al direct hoe het met die ander gesteld is. Of we zien/voelen direct dat onze baas thuis ambras had met zijn vrouw, of dat de slager weer last heeft van zijn reumatis.

Of dat onze schoondochter zwanger is, of dat we de lotto gaan winnen, of dat onze politiekers het licht hebben gezien….

Fijne dag, en tot blogs!